|
Ante Divinum officium |
Incipit
secreto
Pater noster, qui es in cælis, sanctificétur nomen tuum: advéniat regnum tuum: fiat volúntas tua, sicut in cælo et in terra. Panem nostrum quotidiánum da nobis hódie: et dimítte nobis débita nostra, sicut et nos dimíttimus debitóribus nostris: et ne nos indúcas in tentatiónem: sed líbera nos a malo. Amen.
Ave María, grátia plena; Dóminus tecum: benedícta tu in muliéribus, et benedíctus fructus ventris tui Jesus. Sancta María, Mater Dei, ora pro nobis peccatóribus, nunc et in hora mortis nostræ. Amen.
Deinde, clara voce, dicitur Versus:
℣. Deus ✠ in adjutórium meum inténde.
℟. Dómine, ad adjuvándum me festína.
Glória Patri, et Fílio, * et Spirítui Sancto.
Sicut erat in princípio, et nunc, et semper, * et in sǽcula sæculórum. Amen.
Allelúja.
|
Incipit
silently
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw Naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven, en leid ons niet in bekoring. Maar verlos ons van het kwade. Amen.
Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met U. Gezegend zijt Gij boven alle vrouwen, en gezegend is de Vrucht van uw lichaam, Jezus. Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons, arme zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen.
Thereafter, with hearable voice, the Versicle is said:
℣. God, ✠ wees bereid mij te helpen.
℟. Heer, snel mij te hulp.
Eer aan de Vader en de Zoon * en de Heilige Geest.
Zoals het was in het begin en nu en altijd, * en in de eeuwen der eeuwen Amen.
Alleluia.
|
Psalmi {Psalmi & antiphonæ Votiva}
Ant. Dum esset Rex.
Psalmus 109 [1]
109:1 Dixit Dóminus Dómino meo: * Sede a dextris meis:
109:1 Donec ponam inimícos tuos, * scabéllum pedum tuórum.
109:2 Virgam virtútis tuæ emíttet Dóminus ex Sion: * domináre in médio inimicórum tuórum.
109:3 Tecum princípium in die virtútis tuæ in splendóribus sanctórum: * ex útero ante lucíferum génui te.
109:4 Jurávit Dóminus, et non pœnitébit eum: * Tu es sacérdos in ætérnum secúndum órdinem Melchísedech.
109:5 Dóminus a dextris tuis, * confrégit in die iræ suæ reges.
109:6 Judicábit in natiónibus, implébit ruínas: * conquassábit cápita in terra multórum.
109:7 De torrénte in via bibet: * proptérea exaltábit caput.
℣. Glória Patri, et Fílio, * et Spirítui Sancto.
℟. Sicut erat in princípio, et nunc, et semper, * et in sǽcula sæculórum. Amen.
Ant. Dum esset Rex in accúbitu suo, nardus mea dedit odórem suavitátis.
|
Psalmi {Psalmi & antiphonæ Votiva}
Ant. Terwijl de Koning.
Psalmus 109 [1]
109:1 De Heer sprak tot mijn Heer: * Zit aan mijn rechterhand,
109:1 Totdat Ik uw vijanden maak * tot een rustbank voor uw voeten.
109:2 De Heer zal de scepter van uw macht doen uitgaan van Sion: * Heers te midden van uw vijanden.
109:3 Aan U de zegepraal op de dag van uw kracht in heilige luister; * uit mijn schoot heb Ik U vóór de morgenster voortgebracht.
109:4 De Heer heeft gezworen en het zal Hem niet berouwen: * Gij zijt priester in eeuwigheid naar de wijze van Melchisedech.
109:5 De Heer aan uw rechterhand * zal op de dag van zijn toorn de koningen verpletteren.
109:6 Hij zal de volkeren oordelen, hun ondergang voltrekken, * hun hoofden verpletteren over geheel de aarde.
109:7 Uit een beek zal Hij drinken op zijn tocht; * daarom zal Hij fier zijn hoofd verheffen.
℣. Eer aan de Vader en de Zoon * en de Heilige Geest.
℟. Zoals het was in het begin en nu en altijd, * en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Ant. Terwijl de Koning aanlag aan de dis, gaf mijn nardus een zoete geur.
|
Ant. Læva ejus.
Psalmus 112 [2]
112:1 Laudáte, púeri, Dóminum: * laudáte nomen Dómini.
112:2 (fit reverentia) Sit nomen Dómini benedíctum, * ex hoc nunc, et usque in sǽculum.
112:3 A solis ortu usque ad occásum, * laudábile nomen Dómini.
112:4 Excélsus super omnes gentes Dóminus, * et super cælos glória ejus.
112:5 Quis sicut Dóminus, Deus noster, qui in altis hábitat, * et humília réspicit in cælo et in terra?
112:7 Súscitans a terra ínopem, * et de stércore érigens páuperem:
112:8 Ut cóllocet eum cum princípibus, * cum princípibus pópuli sui.
112:9 Qui habitáre facit stérilem in domo, * matrem filiórum lætántem.
℣. Glória Patri, et Fílio, * et Spirítui Sancto.
℟. Sicut erat in princípio, et nunc, et semper, * et in sǽcula sæculórum. Amen.
Ant. Læva ejus sub cápite meo, et déxtera illíus amplexábitur me.
|
Ant. Zijn linkerhand is onder mijn hoofd.
Psalmus 112 [2]
112:1 Looft de Heer, gij, zijn dienaren, * looft de Naam des Heren.
112:2 (buig het hoofd) De Naam des Heren zij geprezen, * van nu af tot in eeuwigheid.
112:3 Van de opgang der zon tot haar ondergang * zij de Naam des Heren geprezen!
112:4 Hoog verheven is de Heer boven alle volkeren, * en boven de hemelen schittert zijn heerlijkheid.
112:5 Wie is gelijk aan de Heer, onze God, die in de hoge woont, * en nederziet op het geringe in de hemel en op aarde?
112:7 Die de behoeftige opricht uit het stof, * en de arme uit het slijk opheft.
112:8 Om hem een plaats te geven onder de vorsten, * onder de vorsten van zijn volk.
112:9 Die de onvruchtbare doet wonen in haar huis, * als blijde moeder van kinderen.
℣. Eer aan de Vader en de Zoon * en de Heilige Geest.
℟. Zoals het was in het begin en nu en altijd, * en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Ant. Zijn linkerhand is onder mijn hoofd, en zijn rechter omvat mij. .
|
Ant. Nigra sum.
Psalmus 121 [3]
121:1 Lætátus sum in his, quæ dicta sunt mihi: * In domum Dómini íbimus.
121:2 Stantes erant pedes nostri, * in átriis tuis, Jerúsalem.
121:3 Jerúsalem, quæ ædificátur ut cívitas: * cujus participátio ejus in idípsum.
121:4 Illuc enim ascendérunt tribus, tribus Dómini: * testimónium Israël ad confiténdum nómini Dómini.
121:5 Quia illic sedérunt sedes in judício, * sedes super domum David.
121:6 Rogáte quæ ad pacem sunt Jerúsalem: * et abundántia diligéntibus te:
121:7 Fiat pax in virtúte tua: * et abundántia in túrribus tuis.
121:8 Propter fratres meos, et próximos meos, * loquébar pacem de te:
121:9 Propter domum Dómini, Dei nostri, * quæsívi bona tibi.
℣. Glória Patri, et Fílio, * et Spirítui Sancto.
℟. Sicut erat in princípio, et nunc, et semper, * et in sǽcula sæculórum. Amen.
Ant. Nigra sum, sed formósa, fíliæ Jerúsalem; ídeo diléxit me Rex, et introdúxit me in cubículum suum.
|
Ant. Donker ben Ik.
Psalmus 121 [3]
121:1 Ik was verheugd, dat tot mij gezegd werd: * Wij zullen opgaan naar het huis des Heren.
121:2 Reeds staan onze voeten * in uw voorhoven, Jeruzalem.
121:3 Jeruzalem, dat gebouwd is als een stad, * in haar delen tot eenheid verbonden.
121:4 Daarheen nu gaan de stammen op, de stammen des Heren, * om volgens het voorschrift aan Israël de Naam des Heren te prijzen.
121:5 Want daar staan de zetels voor het gericht, * de zetels voor het huis van David.
121:6 Vraagt, wat Jeruzalem tot vrede strekt; * en overvloed zij aan hen, die u liefhebben.
121:7 Vrede zij in uw veste, * en overvloed in uw torens.
121:8 Omwille van mij broeders en van mijn vrienden * spreek ik u de vredeswens toe.
121:9 Omwille van het huis des Heren, onze God, * vraag ik wat u tot vrede strekt.
℣. Eer aan de Vader en de Zoon * en de Heilige Geest.
℟. Zoals het was in het begin en nu en altijd, * en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Ant. Donker ben Ik, maar schoon, dochters van Jeruzalem; daarom heeft de Koning Mij bemind en binnengevoerd in zijn bruidskamer.
|
Ant. Speciósa.
Psalmus 126 [4]
126:1 Nisi Dóminus ædificáverit domum, * in vanum laboravérunt qui ædíficant eam.
126:1 Nisi Dóminus custodíerit civitátem, * frustra vígilat qui custódit eam.
126:2 Vanum est vobis ante lucem súrgere: * súrgite postquam sedéritis, qui manducátis panem dolóris.
126:2 Cum déderit diléctis suis somnum: * ecce heréditas Dómini fílii: merces, fructus ventris.
126:4 Sicut sagíttæ in manu poténtis: * ita fílii excussórum.
126:5 Beátus vir, qui implévit desidérium suum ex ipsis: * non confundétur cum loquétur inimícis suis in porta.
℣. Glória Patri, et Fílio, * et Spirítui Sancto.
℟. Sicut erat in princípio, et nunc, et semper, * et in sǽcula sæculórum. Amen.
Ant. Speciósa facta es et suávis in delíciis tuis, sancta Dei Génitrix.
|
Ant. Schoon.
Psalmus 126 [4]
126:1 Als de Heer het huis niet bouwt, * dan werken zij, die er aan bouwen, te vergeefs.
126:1 Als de Heer de stad niet behoedt, * dan waakt hij, die haar bewaakt, te vergeefs.
126:2 Het heeft geen zin vóór het daglicht op te staan: * staat op, nadat gij zijt uitgerust, gij, die het brood eet der smart.
126:2 Want de slaap schenkt Hij aan die Hij liefheeft; * zie, het erfdeel des Heren zijn kinderen, een loon de vrucht van de schoot.
126:4 Wat pijlen zijn in de hand van een strijder, * dat zijn de zonen van de ballingen.
126:5 Gelukkig de man, die zijn verlangen naar hen vervuld ziet; * hij zal niet te schande worden, als hij voor het gerecht tot zijn vijanden spreekt.
℣. Eer aan de Vader en de Zoon * en de Heilige Geest.
℟. Zoals het was in het begin en nu en altijd, * en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Ant. Schoon zijt Gij, en liefelijk door uw bekoorlijkheden, heilige Moeder van God.
|
Capitulum Responsorium Hymnus Versus {Votiva}
Sir 24:14
Ab inítio et ante sǽcula creáta sum, et usque ad futúrum sǽculum non désinam, et in habitatióne sancta coram ipso ministrávi.
℟. Deo grátias.
℟.br. Ave María, grátia plena, * Dóminus tecum.
℟. Ave María, grátia plena, * Dóminus tecum.
℣. Benedícta tu in muliéribus, et benedíctus fructus ventris tui
℟. Dóminus tecum.
℣. Glória Patri, et Fílio, * et Spirítui Sancto.
℟. Ave María, grátia plena, * Dóminus tecum.
Hymnus
Prima stropha sequentis hymni dicitur flexis genibus.
Ave maris stella,
Dei Mater alma,
Atque semper Virgo,
Felix cæli porta.
Sumens illud Ave
Gabriélis ore,
Funda nos in pace,
Mutans Hevæ nomen.
Solve vincla reis,
Profer lumen cæcis,
Mala nostra pelle,
Bona cuncta posce.
Monstra te esse matrem,
Sumat per te preces,
Qui pro nobis natus,
Tulit esse tuus.
Virgo singuláris,
Inter omnes mitis,
Nos culpis solútos
Mites fac et castos.
Vitam præsta puram,
Iter para tutum,
Ut vidéntes Jesum,
Semper collætémur.
Sit laus Deo Patri,
Summo Christo decus,
Spirítui Sancto,
Tribus honor unus.
Amen.
℣. Dignáre me laudáre te, Virgo sacráta.
℟. Da mihi virtútem contra hostes tuos.
|
Capitulum Responsorium Hymnus Versus {Votiva}
Sir 24:14
Van den beginne en vóór de eeuwen ben Ik geschapen, en tot in alle eeuwigheid zal Ik niet ophouden te bestaan, en in de heilige woning deed Ik mijn dienstwerk vóór zijn aangezicht.
℟. God zij dank.
℟.br. Hail Mary full of grace, * the Lord is with thee.
℟. Hail Mary full of grace, * the Lord is with thee.
℣. Benedícta tu in muliéribus, et benedíctus fructus ventris tui
℟. The Lord is with thee.
℣. Eer aan de Vader en de Zoon * en de Heilige Geest.
℟. Hail Mary full of grace, * the Lord is with thee.
Hymnus
De eerste strofe wordt geknield gebeden.
Ave, Ster der zeeën,
Moeder Gods vol mildheid,
Immer maagd gebleven,
Zaal'ge Poort des hemels.
't Ave uit de mond van
Gabriël aanvaardend,
Grondvest ons in vrede,
Eva's naam verkerend.
Breek de boei der schuld'gen,
Straal uw licht voor blinden,
Weer van ons wat slecht is,
Al wat goed is, vraag het!
Toon U ons als Moeder,
Door U hore ons bede
Die, voor ons geboren,
Duldde uw Kind te wezen.
Maagd, één, zonder weerga,
Vruchtbaar onder alle;,
Maak ons vrij van schulden,
Vruchtbaar ook en zuiver.
Laat ons leven kuis zijn,
Stel de weg ons veilig,
Dat wij, Jezus schouwend,
Immer met U juichen.
Lof dan God de Vader,
Lof de grote Christus,
En de Geest, de Heil'ge;
Aan hen Drie een glorie.
Amen.
℣. Sta toe, dat ik U prijze, o Heilige Maagd.
℟. Geef mij kracht tegen uw vijanden.
|
Canticum: Magnificat {Antiphona Votiva}
Ant. Beátam me dicent.
Canticum B. Mariæ Virginis
Luc. 1:46-55
1:46 Magníficat ✠ * ánima mea Dóminum.
1:47 Et exsultávit spíritus meus: * in Deo, salutári meo.
1:48 Quia respéxit humilitátem ancíllæ suæ: * ecce enim ex hoc beátam me dicent omnes generatiónes.
1:49 Quia fecit mihi magna qui potens est: * et sanctum nomen ejus.
1:50 Et misericórdia ejus, a progénie in progénies: * timéntibus eum.
1:51 Fecit poténtiam in brácchio suo: * dispérsit supérbos mente cordis sui.
1:52 Depósuit poténtes de sede: * et exaltávit húmiles.
1:53 Esuriéntes implévit bonis: * et dívites dimísit inánes.
1:54 Suscépit Israël púerum suum: * recordátus misericórdiæ suæ.
1:55 Sicut locútus est ad patres nostros: * Ábraham, et sémini ejus in sǽcula.
℣. Glória Patri, et Fílio, * et Spirítui Sancto.
℟. Sicut erat in princípio, et nunc, et semper, * et in sǽcula sæculórum. Amen.
Ant. Beátam me dicent omnes generatiónes, quia ancíllam húmilem respéxit Deus.
|
Canticum: Magnificat {Antiphona Votiva}
Ant. Alle geslachten.
Canticum B. Mariæ Virginis
Luc. 1:46-55
1:46 Hoog prijst ✠ * mijn ziel de Heer;
1:47 En mijn geest jubelde * in God, mijn Verlosser,
1:48 Omdat Hij nederzag op de geringheid van zijn dienstmaagd: * zie, van nu af zullen alle geslachten Mij zalig prijzen.
1:49 Want Hij, de Machtige, heeft grote dingen aan Mij gedaan, * en heilig is zijn Naam.
1:50 Zijn barmhartigheid rijkt van geslacht tot geslacht * over hen die Hem vrezen.
1:51 Door zijn arm volbracht Hij machtige daden: * de trotsen van harte heeft Hij verstrooid,
1:52 Machtigen onttroond, * en nederigen verheven;
1:53 Hongerigen met gaven overladen, * en rijken met lege handen heengezonden.
1:54 Opgenomen heeft Hij Israël, zijn dienstknecht, * zijn barmhartigheid indachtig,
1:55 Zoals Hij beloofd heeft aan onze vaderen, * ten gunste van Abraham en zijn geslacht voor eeuwig.
℣. Eer aan de Vader en de Zoon * en de Heilige Geest.
℟. Zoals het was in het begin en nu en altijd, * en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Ant. Alle geslachten zullen mij zalig prijzen, omdat God nederzag op zijn nederige dienstmaagd.
|
Oratio {Votiva}
Kýrie, eléison. Christe, eléison. Kýrie, eléison.
Pater noster, qui es in cælis, sanctificétur nomen tuum: advéniat regnum tuum: fiat volúntas tua, sicut in cælo et in terra. Panem nostrum quotidiánum da nobis hódie: et dimítte nobis débita nostra, sicut et nos dimíttimus debitóribus nostris:
℣. Et ne nos indúcas in tentatiónem:
℟. Sed líbera nos a malo.
℣. Dómine, exáudi oratiónem meam.
℟. Et clamor meus ad te véniat.
Orémus.
Concéde nos fámulos tuos, quǽsumus, Dómine Deus, perpétua mentis et córporis sanitáte gaudére: et, gloriósa beátæ Maríæ semper Vírginis intercessióne, a præsénti liberári tristítia, et ætérna pérfrui lætítia.
Per Dóminum nostrum Jesum Christum, Fílium tuum: qui tecum vivit et regnat in unitáte Spíritus Sancti, Deus, per ómnia sǽcula sæculórum.
℟. Amen.
|
Oratio {Votiva}
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw Naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven:
℣. En leid ons niet in bekoring:
℟. Maar verlos ons van het kwade.
℣. Heer, verhoor mijn gebed.
℟. En mijn geroep kome tot U.
Laat ons bidden.
Wij vragen U, Heer, God, laat ons, uw dienaren, een bestendige gezondheid naar ziel en lichaam genieten en op voorspraak van de heilige Maria, die altijd Maagd is gebleven, verlost worden van droefheid in dit leven en de eeuwige vreugde mogen smaken.
Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon: die met U leeft en heerst in de eenheid van de Heilige Geest, God: door alle eeuwen der eeuwen.
℟. Amen.
|
Suffragium{omittitur}
|
Suffragium{omittitur}
|
Conclusio
℣. Dómine, exáudi oratiónem meam.
℟. Et clamor meus ad te véniat.
℣. Benedicámus Dómino.
℟. Deo grátias.
℣. Fidélium ánimæ per misericórdiam Dei requiéscant in pace.
℟. Amen.
|
Conclusio
℣. Heer, verhoor mijn gebed.
℟. En mijn geroep kome tot U.
℣. Laat ons de Heer loven.
℟. God zij dank.
℣. Dat de zielen van de gelovigen door de barmhartigheid van God in vrede rusten.
℟. Amen.
|
Et si tunc terminetur Officium, dicitur tantum Pater Noster secreto.
Si discedendum sit a Choro: eoque recitato, subjungitur Dóminus det. Et immediate dicitur, cum suis Versu et Oratione, una ex finalibus beatæ Mariæ Virginis Antiphonis. (sicut ad Laudes)
Pater noster, qui es in cælis, sanctificétur nomen tuum: advéniat regnum tuum: fiat volúntas tua, sicut in cælo et in terra. Panem nostrum quotidiánum da nobis hódie: et dimítte nobis débita nostra, sicut et nos dimíttimus debitóribus nostris: et ne nos indúcas in tentatiónem: sed líbera nos a malo. Amen.
|
And if thus the Office is ended, only Pater Noster is said silently.
If the Choir is to be left: after its recitation, follows Dóminus det. and immediately, one of the Final Antiphones of Our Lady with its Versicle and Oration. (cf. Laudes)
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw Naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven, en leid ons niet in bekoring. Maar verlos ons van het kwade. Amen.
|
|
Post Divinum officium |