Commune non Virginum non Martyrum ~ I. classis

Divinum Officium Monastic - 1963 - Barroux

12-08-2018

Ad Completorium

Incipit
℣. Iube, domne, benedícere.
Benedictio. Noctem quiétam et finem perféctum concédat nobis Dóminus omnípotens.
℟. Amen.
Incipit
℣. Vader, gewaardig U ons te zegenen.
Benedictio. Een rustige nacht en een zalig einde verlene ons de almachtige Heer.
℟. Amen.
Lectio brevis
1 Pet 5:8-9
Fratres: Sóbrii estóte, et vigiláte: quia adversárius vester diábolus tamquam leo rúgiens círcuit, quærens quem dévoret: cui resístite fortes in fide.
℣. Tu autem, Dómine, miserére nobis.
℟. Deo grátias.
Lectio brevis
1 Pet 5:8-9
Broeders, weest matig en waakt, want uw vijand de duivel, loopt rond als een brullende leeuw en zoekt wie hij kan verslinden. Weerstaat hem sterk door uw geloof.
℣. Maar Gij, Heer, wees ons genadig.
℟. God zij dank.
℣. Adiutórium nostrum in nómine Dómini.
℟. Qui fecit cælum et terram.
Examen conscientiæ vel Pater Noster totum secreto.
Pater noster, qui es in cælis, sanctificétur nomen tuum: advéniat regnum tuum: fiat volúntas tua, sicut in cælo et in terra. Panem nostrum cotidiánum da nobis hódie: et dimítte nobis débita nostra, sicut et nos dimíttimus debitóribus nostris: et ne nos indúcas in tentatiónem: sed líbera nos a malo. Amen.
Confíteor Deo omnipoténti, beátæ Maríæ semper Vírgini, beáto Michaéli Archángelo, beáto Ioánni Baptístæ, sanctis Apóstolis Petro et Paulo, beáto Patri nostro Benedícto, et ómnibus Sanctis, quia peccávi nimis, cogitatióne, verbo et ópere: percutit sibi pectus mea culpa, mea culpa, mea máxima culpa. Ídeo precor beátam Maríam semper Vírginem, beátum Michaélem Archángelum, beátum Ioánnem Baptístam, sanctos Apóstolos Petrum et Paulum, beátum Patrem nostrum Benedíctum, et omnes Sanctos, oráre pro me ad Dóminum Deum nostrum.
Misereátur nostri omnípotens Deus, et dimíssis peccátis nostris, perdúcat nos ad vitam ætérnam. Amen.
Indulgéntiam, absolutiónem et remissiónem peccatórum nostrórum tríbuat nobis omnípotens et miséricors Dóminus. Amen.
℣. Convérte nos ✙︎ Deus, salutáris noster.
℟. Et avérte iram tuam a nobis.
℣. Onze hulp is in de Naam des Heren.
℟. Die hemel en aarde gemaakt heeft.
Nu volgt een gewetensonderzoek, of wordt het Pater Noster in stilte gebeden.
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw Naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven, en leid ons niet in bekoring. Maar verlos ons van het kwade. Amen.
Ik belijd voor de almachtige God, voor de heilige Maria, altijd Maagd, voor de heilige aartsengel Michaël, de heilige Johannes de Doper, de heilige apostelen Petrus en Paulus, en voor alle heiligen, dat ik zwaar gezondigd heb in gedachten, woorden en werken: Klop op de borst door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn allergrootste schuld. Daarom smeek ik de heilige Maria, altijd Maagd, de heilige aartsengel Michaël, de heilige Johannes de Doper, de heilige apostelen Petrus en Paulus, en alle heiligen, voor mij te willen bidden tot de Heer, onze God.
Moge de almachtige God zich over ons ontfermen, onze zonden vergeven en ons zo het eeuwig leven binnenleiden. Amen.
Moge de almachtige en barmhartige God ons genade, vrijspraak en vergiffenis schenken van al onze zonden. Amen.
℣. Keer ons tot U, ✙︎ God, die ons heil zijt.
℟. En wend uw toorn van ons af.
℣. Deus in adiutórium meum inténde.
℟. Dómine, ad adiuvándum me festína.
Glória Patri, et Fílio, * et Spirítui Sancto.
Sicut erat in princípio, et nunc, et semper, * et in sǽcula sæculórum. Amen.
Allelúia.
℣. God, wees bereid mij te helpen.
℟. Heer, snel mij te hulp.
Eer aan de Vader en de Zoon * en de Heilige Geest.
Zoals het was in het begin en nu en altijd, * en in de eeuwen der eeuwen Amen.
Alleluia.
Psalmi
Psalmus 4 [1]
4:2 Cum invocárem exaudívit me Deus iustítiæ meæ: * in tribulatióne dilatásti mihi.
4:2 Miserére mei, * et exáudi oratiónem meam.
4:3 Fílii hóminum, úsquequo gravi corde? * ut quid dilígitis vanitátem, et quǽritis mendácium?
4:4 Et scitóte quóniam mirificávit Dóminus sanctum suum: * Dóminus exáudiet me cum clamávero ad eum.
4:5 Irascímini, et nolíte peccáre: * quæ dícitis in córdibus vestris, in cubílibus vestris compungímini.
4:6 Sacrificáte sacrifícium iustítiæ, et speráte in Dómino. * Multi dicunt: Quis osténdit nobis bona?
4:7 Signátum est super nos lumen vultus tui, Dómine: * dedísti lætítiam in corde meo.
4:8 A fructu fruménti, vini, et ólei sui * multiplicáti sunt.
4:9 In pace in idípsum * dórmiam, et requiéscam;
4:10 Quóniam tu, Dómine, singuláriter in spe * constituísti me.
℣. Glória Patri, et Fílio, * et Spirítui Sancto.
℟. Sicut erat in princípio, et nunc, et semper, * et in sǽcula sæculórum. Amen.
Psalmi
Psalmus 4 [1]
4:2 Verhoor mij, als ik U aanroep, mijn rechtvaardige God, * die mij in kwelling verlichting bracht;
4:2 Wees mij genadig * en verhoor mijn gebed.
4:3 Mannen, hoe lang nog blijft gij verstokt van hart; * waarom ijdelheid bemind en leugen gezocht?
4:4 Weet, dat de Heer jegens zijn heilige wonderbaar handelt; * de Heer zal mij verhoren als ik Hem aanroep.
4:5 Siddert en wilt niet zondigen, * denkt na bij u zelf, op uw sponde, en zwijgt.
4:6 Brengt gerechte offers, en hoopt op de Heer. * Velen zeggen: Wie zal ons voorspoed doen?
4:7 Doe opgaan over ons, o Heer, het licht van uw gelaat! * Gij hebt mij een vreugde in het hart gestort,
4:8 Groter dan bij de overvloed * van uw tarwe, wijn en olie.
4:9 Zodra ik mij neerleg, * slaap ik in vrede,
4:10 Want Gij alleen, o Heer, * stelt mij in veiligheid.
℣. Eer aan de Vader en de Zoon * en de Heilige Geest.
℟. Zoals het was in het begin en nu en altijd, * en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Psalmus 90 [2]
90:1 Qui hábitat in adiutório Altíssimi, * in protectióne Dei cæli commorábitur.
90:2 Dicet Dómino: Suscéptor meus es tu, et refúgium meum: * Deus meus sperábo in eum.
90:3 Quóniam ipse liberávit me de láqueo venántium, * et a verbo áspero.
90:4 Scápulis suis obumbrábit tibi: * et sub pennis eius sperábis.
90:5 Scuto circúmdabit te véritas eius: * non timébis a timóre noctúrno,
90:6 A sagítta volánte in die, a negótio perambulánte in ténebris: * ab incúrsu, et dæmónio meridiáno.
90:7 Cadent a látere tuo mille, et decem míllia a dextris tuis: * ad te autem non appropinquábit.
90:8 Verúmtamen óculis tuis considerábis: * et retributiónem peccatórum vidébis.
90:9 Quóniam tu es, Dómine, spes mea: * Altíssimum posuísti refúgium tuum.
90:10 Non accédet ad te malum: * et flagéllum non appropinquábit tabernáculo tuo.
90:11 Quóniam Ángelis suis mandávit de te: * ut custódiant te in ómnibus viis tuis.
90:12 In mánibus portábunt te: * ne forte offéndas ad lápidem pedem tuum.
90:13 Super áspidem, et basilíscum ambulábis: * et conculcábis leónem et dracónem.
90:14 Quóniam in me sperávit, liberábo eum: * prótegam eum, quóniam cognóvit nomen meum.
90:15 Clamábit ad me, et ego exáudiam eum: * cum ipso sum in tribulatióne: erípiam eum et glorificábo eum.
90:16 Longitúdine diérum replébo eum: * et osténdam illi salutáre meum.
℣. Glória Patri, et Fílio, * et Spirítui Sancto.
℟. Sicut erat in princípio, et nunc, et semper, * et in sǽcula sæculórum. Amen.
Psalmus 90 [2]
90:1 Gij, die onder de hoede des Allerhoogsten leeft, * en in de schaduw van de Almachtige woont,
90:2 Zegt tot de Heer: Mijn toevlucht en burcht zijt Gij, * mijn God, op wie ik vertrouw.
90:3 Want Hij zal u bevrijden uit de strik van de jagers, * van de verderfelijke pest.
90:4 Hij zal u met zijn vleugels beschermen, * en onder zijn wieken zult gij vluchten;
90:5 Zijn trouw is uw schild en beschutting. * Geen verschrikking bij nacht zult gij vrezen,
90:6 Geen pijl, die voortsnort bij dag, geen pest die rondwaart in het duister, * geen verwoestend verderf op de middag.
90:7 Al vallen er duizend aan uw zijde, en tienduizend aan uw rechterhand, * het zal tot u niet genaken.
90:8 Ja, met eigen ogen zult gij het zien * en de vergelding der bozen aanschouwen.
90:9 Want de Heer is uw toevlucht, * de Allerhoogste hebt gij gemaakt tot uw schutse.
90:10 Geen ramp zal u genaken, * geen plaag zal naderen tot uw tent.
90:11 Want Hij gaf over u een bevel aan zijn engelen * u te behoeden op al uw wegen.
90:12 Zij zullen u op de handen dragen, * opdat gij aan geen steen uw voet zult stoten.
90:13 Op slang en adder zult gij trappen, * leeuw en draak zult gij vertreden.
90:14 Omdat hij mij aanhangt zal Ik hem redden: * omdat hij mijn Naam kent, hem beschermen.
90:15 Hij zal Mij aanroepen, en Ik zal hem verhoren, * in de nood zal Ik met hem zijn, Ik zal hem redden en hem eren.
90:16 Ik zal hem verzadigen met lengte van dagen, * en hem tonen mijn heil.
℣. Eer aan de Vader en de Zoon * en de Heilige Geest.
℟. Zoals het was in het begin en nu en altijd, * en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Psalmus 133 [3]
133:1 Ecce nunc benedícite Dóminum, * omnes servi Dómini:
133:1 Qui statis in domo Dómini, * in átriis domus Dei nostri.
133:2 In nóctibus extóllite manus vestras in sancta, * et benedícite Dóminum.
133:3 Benedícat te Dóminus ex Sion, * qui fecit cælum et terram.
℣. Glória Patri, et Fílio, * et Spirítui Sancto.
℟. Sicut erat in princípio, et nunc, et semper, * et in sǽcula sæculórum. Amen.
Psalmus 133 [3]
133:1 Welaan dan, zegent de Heer, * gij allen, dienaars des Heren;
133:1 Die dienst doet in het huis van de Heer, * in de voorhoven van het huis van onze God.
133:2 Heft in de nachtelijke uren uw handen op naar het heiligdom, * en zegent de Heer.
133:3 Moge uit Sion de Heer u zegenen, * die hemel en aarde gemaakt heeft.
℣. Eer aan de Vader en de Zoon * en de Heilige Geest.
℟. Zoals het was in het begin en nu en altijd, * en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Hymnus
Te lucis ante términum,
Rerum Creátor, póscimus,
Ut sólita cleméntia
Sis præsul ad custódiam.

Procul recédant sómnia,
Et nóctium phantásmata;
Hostémque nostrum cómprime,
Ne polluántur córpora.

Præsta, Pater omnípotens,
Per Iesum Christum Dóminum,
Qui tecum in perpétuum
Regnat cum Sancto Spíritu.
Amen.
Hymnus
Tot U, eer 't licht ten westen neigt,
O Schepper aller dingen, stijgt
Onz' beed' om uw barmhartigheid,
Waarin Gij ons beschermt en leidt.

Ver wijke dan elk droomgezicht,
Elk schrikbeeld door de nacht gesticht,
de macht des vijands zij geweerd,
zodat geen smet ons lichaam deert.

Verleen dit, Vader, liefderijk,
Gij, Eengeboorne, Hem gelijk,
Gij Geest, die beider liefde zijt:
Regeer, Gij God, in eeuwigheid.
Amen.
Capitulum Versus
Ier 14:9
Tu autem in nobis es, Dómine, et nomen sanctum tuum invocátum est super nos: ne derelínquas nos, Dómine, Deus noster.
℟. Deo grátias.

℣. Custódi nos, Dómine, ut pupíllam óculi.
℟. Sub umbra alárum tuárum prótege nos.
Capitulum Versus
Jer 14:9
Gij zijt in ons midden, o Heer, en wij dragen uw Naam: verlaat ons niet, Heer, onze God.
℟. God zij dank.

℣. Bewaar ons, Heer, als uw oogappel.
℟. Bescherm ons in de schaduw uwer vleugelen.
Oratio
Kýrie, eléison. Christe, eléison. Kýrie, eléison.
Pater Noster dicitur secreto usque ad Et ne nos indúcas in tentatiónem:
Pater noster, qui es in cælis, sanctificétur nomen tuum: advéniat regnum tuum: fiat volúntas tua, sicut in cælo et in terra. Panem nostrum cotidiánum da nobis hódie: et dimítte nobis débita nostra, sicut et nos dimíttimus debitóribus nostris:
℣. Et ne nos indúcas in tentatiónem:
℟. Sed líbera nos a malo.
℣. Dómine, exáudi oratiónem meam.
℟. Et clamor meus ad te véniat.
Orémus.
Vísita, quǽsumus, Dómine, habitatiónem istam, et omnes insídias inimíci ab ea longe repélle: Ángeli tui sancti hábitent in ea, qui nos in pace custódiant; et benedíctio tua sit super nos semper.
Per Dóminum nostrum Iesum Christum, Fílium tuum: qui tecum vivit et regnat in unitáte Spíritus Sancti, Deus, per ómnia sǽcula sæculórum.
℟. Amen.
Oratio
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Our Father is said silently until And lead us not into temptation:.
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw Naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven:
℣. En leid ons niet in bekoring:
℟. Maar verlos ons van het kwade.
℣. Heer, verhoor mijn gebed.
℟. En mijn geroep kome tot U.
Laat ons bidden.
Bezoek, smeken wij U, deze woning, en verwijder ver van ons alle hinderlagen van de vijand: mogen uw heilige engelen er wonen om ons te behoeden in vrede; en uw zegen ruste steeds over ons.
Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon: die met U leeft en heerst in de eenheid van de Heilige Geest, God: door alle eeuwen der eeuwen.
℟. Amen.
Conclusio
℣. Dómine, exáudi oratiónem meam.
℟. Et clamor meus ad te véniat.
℣. Benedicámus Dómino.
℟. Deo grátias.
Benedictio. Benedícat et custódiat nos omnípotens et miséricors Dóminus, Pater, et Fílius, et Spíritus Sanctus.
℟. Amen.
Conclusio
℣. Heer, verhoor mijn gebed.
℟. En mijn geroep kome tot U.
℣. Laat ons de Heer loven.
℟. God zij dank.
Benedictio. De almachtige en barmhartige Heer zegene en beware ons, de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest.
℟. Amen.
Antiphona finalis B.M.V.
Alma Redemptóris Mater, quæ pérvia cæli porta manes,
et stella maris, succúrre cadénti,
Súrgere qui curat, pópulo: tu quæ genuísti,
Natúra miránte, tuum sanctum Genitórem,
Virgo prius ac postérius, Gabriélis ab ore
Sumens illud Ave, peccatórum miserére.

℣. Ángelus Dómini nuntiávit Maríæ.
℟. Et concépit de Spíritu Sancto.

Orémus.
Grátiam tuam, quǽsumus, Dómine, méntibus nostris infúnde: ut, qui, Ángelo nuntiánte, Christi Fílii tui incarnatiónem cognóvimus; per passiónem eius et crucem, ad resurrectiónis glóriam perducámur. Per eúndem Christum Dóminum nostrum. Amen.
Si descendendum sit a choro, concluditur dicendo.
℣. Divínum auxílium máneat semper nobíscum.
℟. Et cum frátribus nostris abséntibus. Amen.
Antiphona finalis B.M.V.
v. Verheven Moeder van de Verlosser, die de open Deur des hemels blijft en de Sterre der zee, snel het volk te hulp, dat valt en poogt op te staan. Gij, die tot verbazing der natuur uw heilige Schepper hebt gebaard, Maagd tevoren en daarna, die uit de mond van Gabriël het Ave hebt vernomen, ontferm U over de zondaars.

℣. De Engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt.
℟. En zij heeft ontvangen van de Heilige Geest.

Laat ons bidden.
Heer, wij hebben door de boodschap van de Engel de Menswording van Christus, uw Zoon, leren kennen; wij bidden U: stort uw genade in onze harten, opdat wij door zijn lijden en kruis gebracht worden tot de heerlijkheid van de verrijzenis. Door dezelfde Christus, onze Heer. Amen.
Si descendendum sit a choro, concluditur dicendo.
℣. De hulp van God blijve altijd met ons.
℟. En met onze afwezige broeders. Amen.

Matutinum    Laudes
Prima    Tertia    Sexta    Nona
Vesperae    Completorium
Omnes    Plures    Appendix

OptionsSancta MissaOrdo

Versions
Tridentine - 1570
Tridentine - 1888
Tridentine - 1906
Divino Afflatu - 1939
Divino Afflatu - 1954
Reduced - 1955
Rubrics 1960 - 1960
Rubrics 1960 - 2020 USA
Monastic - 1617
Monastic - 1930
Monastic - 1963
Monastic - 1963 - Barroux
Ordo Cisterciensis - 1951
Ordo Cisterciensis - Abbatia B.M.V. de Altovado
Ordo Praedicatorum - 1962
Language 2
Latin
Cantilenæ
English
Čeština
Čeština - Schaller
Dansk
Deutsch
Español
Français
Italiano
Magyar
Nederlands
Polski
Português
Tiếng Việt
Latin-Bea
Polski-Newer
Votives
Hodie
Apostolorum
Evangelistarum
Unius Martyris Pontificis
Unius Martyris non Pontificis
Plurium Martyrum Pontificum
Plurium Martyrum non Pontificum
Confessoris Pontificis
Doctoris Pontificis
Plurium Confessorum Pontificum
Confessoris non Pontificis
Doctoris non Pontificis
Abbatis
Plurium Confessorum non Pontificum
Unius Virginis Martyris
Unius Virginis tantum
Plurium Virginum Martyrum
Unius non Virginis Martyris
Unius non Virginis nec Martyris
Plurium non Virginum Martyrum
Dedicationis Ecclesiae
Officium defunctorum
Beata Maria in Sabbato
Beatae Mariae Virginis
Officium parvum Beatae Mariae Virginis

VersionsCreditsDownloadRubricsTechnicalHelp