Commune Unius Virginis et Martyris ~ III. classis

Divinum Officium Rubrics 1960 - 2020 USA

1-25-2023

Ad Vesperas

Incipit
℣. Deus in adiutórium meum inténde.
℟. Dómine, ad adiuvándum me festína.
Glória Patri, et Fílio, * et Spirítui Sancto.
Sicut erat in princípio, et nunc, et semper, * et in sǽcula sæculórum. Amen.
Allelúia.
Incipit
℣. God, wees bereid mij te helpen.
℟. Heer, snel mij te hulp.
Eer aan de Vader en de Zoon * en de Heilige Geest.
Zoals het was in het begin en nu en altijd, * en in de eeuwen der eeuwen Amen.
Alleluia.
Psalmi {Psalmi & antiphonæ Votiva}
Ant. Hæc est Virgo sápiens, * et una de número prudéntum.
Psalmus 109 [1]
109:1 Dixit Dóminus Dómino meo: * Sede a dextris meis:
109:1 Donec ponam inimícos tuos, * scabéllum pedum tuórum.
109:2 Virgam virtútis tuæ emíttet Dóminus ex Sion: * domináre in médio inimicórum tuórum.
109:3 Tecum princípium in die virtútis tuæ in splendóribus sanctórum: * ex útero ante lucíferum génui te.
109:4 Iurávit Dóminus, et non pœnitébit eum: * Tu es sacérdos in ætérnum secúndum órdinem Melchísedech.
109:5 Dóminus a dextris tuis, * confrégit in die iræ suæ reges.
109:6 Iudicábit in natiónibus, implébit ruínas: * conquassábit cápita in terra multórum.
109:7 De torrénte in via bibet: * proptérea exaltábit caput.
℣. Glória Patri, et Fílio, * et Spirítui Sancto.
℟. Sicut erat in princípio, et nunc, et semper, * et in sǽcula sæculórum. Amen.
Ant. Hæc est Virgo sápiens, et una de número prudéntum.
Psalmi {Psalmi & antiphonæ Votiva}
Ant. Dit is een wijze maagd, * een van de voorzichtigen.
Psalmus 109 [1]
109:1 De Heer sprak tot mijn Heer: * Zit aan mijn rechterhand,
109:1 Totdat Ik uw vijanden maak * tot een rustbank voor uw voeten.
109:2 De Heer zal de scepter van uw macht doen uitgaan van Sion: * Heers te midden van uw vijanden.
109:3 Aan U de zegepraal op de dag van uw kracht in heilige luister; * uit mijn schoot heb Ik U vóór de morgenster voortgebracht.
109:4 De Heer heeft gezworen en het zal Hem niet berouwen: * Gij zijt priester in eeuwigheid naar de wijze van Melchisedech.
109:5 De Heer aan uw rechterhand * zal op de dag van zijn toorn de koningen verpletteren.
109:6 Hij zal de volkeren oordelen, hun ondergang voltrekken, * hun hoofden verpletteren over geheel de aarde.
109:7 Uit een beek zal Hij drinken op zijn tocht; * daarom zal Hij fier zijn hoofd verheffen.
℣. Eer aan de Vader en de Zoon * en de Heilige Geest.
℟. Zoals het was in het begin en nu en altijd, * en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Ant. Dit is een wijze maagd, een van de voorzichtigen.
Ant. Hæc est Virgo sápiens, * quam Dóminus vigilántem invénit.
Psalmus 112 [2]
112:1 Laudáte, púeri, Dóminum: * laudáte nomen Dómini.
112:2 (fit reverentia) Sit nomen Dómini benedíctum, * ex hoc nunc, et usque in sǽculum.
112:3 A solis ortu usque ad occásum, * laudábile nomen Dómini.
112:4 Excélsus super omnes gentes Dóminus, * et super cælos glória eius.
112:5 Quis sicut Dóminus, Deus noster, qui in altis hábitat, * et humília réspicit in cælo et in terra?
112:7 Súscitans a terra ínopem, * et de stércore érigens páuperem:
112:8 Ut cóllocet eum cum princípibus, * cum princípibus pópuli sui.
112:9 Qui habitáre facit stérilem in domo, * matrem filiórum lætántem.
℣. Glória Patri, et Fílio, * et Spirítui Sancto.
℟. Sicut erat in princípio, et nunc, et semper, * et in sǽcula sæculórum. Amen.
Ant. Hæc est Virgo sápiens, quam Dóminus vigilántem invénit.
Ant. Dit is een wijze maagd, * die de Heer wakend aantrof.
Psalmus 112 [2]
112:1 Looft de Heer, gij, zijn dienaren, * looft de Naam des Heren.
112:2 (buig het hoofd) De Naam des Heren zij geprezen, * van nu af tot in eeuwigheid.
112:3 Van de opgang der zon tot haar ondergang * zij de Naam des Heren geprezen!
112:4 Hoog verheven is de Heer boven alle volkeren, * en boven de hemelen schittert zijn heerlijkheid.
112:5 Wie is gelijk aan de Heer, onze God, die in de hoge woont, * en nederziet op het geringe in de hemel en op aarde?
112:7 Die de behoeftige opricht uit het stof, * en de arme uit het slijk opheft.
112:8 Om hem een plaats te geven onder de vorsten, * onder de vorsten van zijn volk.
112:9 Die de onvruchtbare doet wonen in haar huis, * als blijde moeder van kinderen.
℣. Eer aan de Vader en de Zoon * en de Heilige Geest.
℟. Zoals het was in het begin en nu en altijd, * en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Ant. Dit is een wijze maagd, die de Heer wakend aantrof.
Ant. Hæc est quæ nescívit * torum in delícto: habébit fructum in respectióne animárum sanctárum.
Psalmus 121 [3]
121:1 Lætátus sum in his, quæ dicta sunt mihi: * In domum Dómini íbimus.
121:2 Stantes erant pedes nostri, * in átriis tuis, Ierúsalem.
121:3 Ierúsalem, quæ ædificátur ut cívitas: * cuius participátio eius in idípsum.
121:4 Illuc enim ascendérunt tribus, tribus Dómini: * testimónium Israël ad confiténdum nómini Dómini.
121:5 Quia illic sedérunt sedes in iudício, * sedes super domum David.
121:6 Rogáte quæ ad pacem sunt Ierúsalem: * et abundántia diligéntibus te:
121:7 Fiat pax in virtúte tua: * et abundántia in túrribus tuis.
121:8 Propter fratres meos, et próximos meos, * loquébar pacem de te:
121:9 Propter domum Dómini, Dei nostri, * quæsívi bona tibi.
℣. Glória Patri, et Fílio, * et Spirítui Sancto.
℟. Sicut erat in princípio, et nunc, et semper, * et in sǽcula sæculórum. Amen.
Ant. Hæc est quæ nescívit torum in delícto: habébit fructum in respectióne animárum sanctárum.
Ant. Deze kende * geen zondige sponde; bij de vergelding der heilige zielen zal zij haar loon ontvangen.
Psalmus 121 [3]
121:1 Ik was verheugd, dat tot mij gezegd werd: * Wij zullen opgaan naar het huis des Heren.
121:2 Reeds staan onze voeten * in uw voorhoven, Jeruzalem.
121:3 Jeruzalem, dat gebouwd is als een stad, * in haar delen tot eenheid verbonden.
121:4 Daarheen nu gaan de stammen op, de stammen des Heren, * om volgens het voorschrift aan Israël de Naam des Heren te prijzen.
121:5 Want daar staan de zetels voor het gericht, * de zetels voor het huis van David.
121:6 Vraagt, wat Jeruzalem tot vrede strekt; * en overvloed zij aan hen, die u liefhebben.
121:7 Vrede zij in uw veste, * en overvloed in uw torens.
121:8 Omwille van mij broeders en van mijn vrienden * spreek ik u de vredeswens toe.
121:9 Omwille van het huis des Heren, onze God, * vraag ik wat u tot vrede strekt.
℣. Eer aan de Vader en de Zoon * en de Heilige Geest.
℟. Zoals het was in het begin en nu en altijd, * en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Ant. Deze kende geen zondige sponde; bij de vergelding der heilige zielen zal zij haar loon ontvangen.
Ant. Veni, elécta mea, * et ponam in te thronum meum, allelúia.
Psalmus 126 [4]
126:1 Nisi Dóminus ædificáverit domum, * in vanum laboravérunt qui ædíficant eam.
126:1 Nisi Dóminus custodíerit civitátem, * frustra vígilat qui custódit eam.
126:2 Vanum est vobis ante lucem súrgere: * súrgite postquam sedéritis, qui manducátis panem dolóris.
126:2 Cum déderit diléctis suis somnum: * ecce heréditas Dómini fílii: merces, fructus ventris.
126:4 Sicut sagíttæ in manu poténtis: * ita fílii excussórum.
126:5 Beátus vir, qui implévit desidérium suum ex ipsis: * non confundétur cum loquétur inimícis suis in porta.
℣. Glória Patri, et Fílio, * et Spirítui Sancto.
℟. Sicut erat in princípio, et nunc, et semper, * et in sǽcula sæculórum. Amen.
Ant. Veni, elécta mea, et ponam in te thronum meum, allelúia.
Ant. Kom, mijn uitverkorene, * en Ik zal mijn troon in u vestigen.
Psalmus 126 [4]
126:1 Als de Heer het huis niet bouwt, * dan werken zij, die er aan bouwen, te vergeefs.
126:1 Als de Heer de stad niet behoedt, * dan waakt hij, die haar bewaakt, te vergeefs.
126:2 Het heeft geen zin vóór het daglicht op te staan: * staat op, nadat gij zijt uitgerust, gij, die het brood eet der smart.
126:2 Want de slaap schenkt Hij aan die Hij liefheeft; * zie, het erfdeel des Heren zijn kinderen, een loon de vrucht van de schoot.
126:4 Wat pijlen zijn in de hand van een strijder, * dat zijn de zonen van de ballingen.
126:5 Gelukkig de man, die zijn verlangen naar hen vervuld ziet; * hij zal niet te schande worden, als hij voor het gerecht tot zijn vijanden spreekt.
℣. Eer aan de Vader en de Zoon * en de Heilige Geest.
℟. Zoals het was in het begin en nu en altijd, * en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Ant. Kom, mijn uitverkorene, en Ik zal mijn troon in u vestigen.
Ant. Ista est speciósa * inter fílias Ierúsalem.
Psalmus 147 [5]
147:1 Lauda, Ierúsalem, Dóminum: * lauda Deum tuum, Sion.
147:2 Quóniam confortávit seras portárum tuárum: * benedíxit fíliis tuis in te.
147:3 Qui pósuit fines tuos pacem: * et ádipe fruménti sátiat te.
147:4 Qui emíttit elóquium suum terræ: * velóciter currit sermo eius.
147:5 Qui dat nivem sicut lanam: * nébulam sicut cínerem spargit.
147:6 Mittit crystállum suam sicut buccéllas: * ante fáciem frígoris eius quis sustinébit?
147:7 Emíttet verbum suum, et liquefáciet ea: * flabit spíritus eius, et fluent aquæ.
147:8 Qui annúntiat verbum suum Iacob: * iustítias, et iudícia sua Israël.
147:9 Non fecit táliter omni natióni: * et iudícia sua non manifestávit eis.
℣. Glória Patri, et Fílio, * et Spirítui Sancto.
℟. Sicut erat in princípio, et nunc, et semper, * et in sǽcula sæculórum. Amen.
Ant. Ista est speciósa inter fílias Ierúsalem.
Ant. Schoon is deze * onder de dochters van Jeruzalem.
Psalmus 147 [5]
147:1 Loof, Jerusalem, de Heer, * loof uw God, o Sion.
147:2 Want Hij maakte sterke grendels aan uw poorten, * Hij zegende uw zonen in u.
147:3 Hij schonk vrede aan uw gebied, * en verzadigde u met bloem van tarwe.
147:4 Hij zendt zijn bevel uit naar de aarde, * en haastig ijlt zijn uitspraak heen.
147:5 Hij doet de sneeuw vallen als vlokken wol, * Hij strooit de nevel uit als as.
147:6 Hij zendt zijn ijskristallen als stenen neer: * wie kan er de koude van verdragen?
147:7 Hij geeft zijn bevel, en doet ze weer smelten; * Hij doet de wind opsteken, en de wateren stromen weer.
147:8 Hij maakt zijn Wet bekend aan Jacob, * zijn gerechtigheid en zijn recht aan Israël.
147:9 Zo deed Hij niet met een ander volk, * hun openbaarde Hij zijn wetten niet.
℣. Eer aan de Vader en de Zoon * en de Heilige Geest.
℟. Zoals het was in het begin en nu en altijd, * en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Ant. Schoon is deze onder de dochters van Jeruzalem.
Capitulum Hymnus Versus {Votiva}
2 Cor 10:17-18
Fratres: Qui gloriátur, in Dómino gloriétur. Non enim qui seípsum comméndat, ille probátus est; sed quem Deus comméndat.
℟. Deo grátias.

Hymnus
Iesu, coróna Vírginum,
Quem Mater illa cóncipit
Quæ sola Virgo párturit,
Hæc vota clemens áccipe:

Qui pergis inter lília
Septus choréis Vírginum,
Sponsus decórus glória
Sponsísque reddens prǽmia.

Quocúmque tendis, Vírgines
Sequúntur, atque láudibus
Post te canéntes cúrsitant,
Hymnósque dulces pérsonant;

Te deprecámur súpplices,
Nostris ut addas sénsibus
Nescíre prorsus ómnia
Corruptiónis vúlnera.

Virtus, honor, laus, glória
Deo Patri cum Fílio,
Sancto simul Paráclito,
In sæculórum sǽcula.
Amen.

℣. Diffúsa est grátia in lábiis tuis.
℟. Proptérea benedíxit te Deus in ætérnum.
Capitulum Hymnus Versus {Votiva}
2 Cor 10:17-18
Broeders, wie roemt, roeme in de Heer; want, niet wie zich zelf prijst, is goed bevonden, maar wie door God wordt geprezen.
℟. God zij dank.

Hymnus
O Jezus, Gij, der maagden kroon,
Ontvangen door de Moeder, die
Als maagd gebaard heeft, zij alleen;
Aanvaard met mildheid onze bee!

O Gij die tussen leliën weidt,
Door maagdenkoren steeds omringd;
Stralend van schoonheid, Bruidegom,
Die aan uw bruiden 't loon verstrekt.

En waar Ge u heenwendt, maagden zijn 't,
Die volgen U met lofgezang;
Reidansend, zingend, volgen ze U,
Haar humnen galmend, zoet van toon.

U bidden wij al smekend dan,
Dat Ge onze zinnen dit verleent:
Dat wij geheel onkundig zijn
Omtrent de wonden van 't bederf.

Macht, een en lof en heerlijkheid
Aan God de Vader met de Zoon
En ook met Hen de Heil'ge Geest,
Door aller eeuwen eeuwen heen.
Amen.

℣. Bevalligheid ligt op uw lippen.
℟. Daarom heeft God u gezegend voor eeuwig.
Canticum: Magnificat {Antiphona Votiva}
Ant. Veni, Sponsa Christi, * áccipe corónam, quam tibi Dóminus præparávit in ætérnum.
Canticum B. Mariæ Virginis
Luc. 1:46-55
1:46 Magníficat * ánima mea Dóminum.
1:47 Et exsultávit spíritus meus: * in Deo, salutári meo.
1:48 Quia respéxit humilitátem ancíllæ suæ: * ecce enim ex hoc beátam me dicent omnes generatiónes.
1:49 Quia fecit mihi magna qui potens est: * et sanctum nomen eius.
1:50 Et misericórdia eius, a progénie in progénies: * timéntibus eum.
1:51 Fecit poténtiam in brácchio suo: * dispérsit supérbos mente cordis sui.
1:52 Depósuit poténtes de sede: * et exaltávit húmiles.
1:53 Esuriéntes implévit bonis: * et dívites dimísit inánes.
1:54 Suscépit Israël púerum suum: * recordátus misericórdiæ suæ.
1:55 Sicut locútus est ad patres nostros: * Ábraham, et sémini eius in sǽcula.
℣. Glória Patri, et Fílio, * et Spirítui Sancto.
℟. Sicut erat in princípio, et nunc, et semper, * et in sǽcula sæculórum. Amen.
Ant. Veni, Sponsa Christi, áccipe corónam, quam tibi Dóminus præparávit in ætérnum.
Canticum: Magnificat {Antiphona Votiva}
Ant. Kom, bruid van Christus, * ontvang de kroon, die de Heer u van eeuwigheid bereid heeft.
Canticum B. Mariæ Virginis
Luc. 1:46-55
1:46 Hoog prijst * mijn ziel de Heer;
1:47 En mijn geest jubelde * in God, mijn Verlosser,
1:48 Omdat Hij nederzag op de geringheid van zijn dienstmaagd: * zie, van nu af zullen alle geslachten Mij zalig prijzen.
1:49 Want Hij, de Machtige, heeft grote dingen aan Mij gedaan, * en heilig is zijn Naam.
1:50 Zijn barmhartigheid rijkt van geslacht tot geslacht * over hen die Hem vrezen.
1:51 Door zijn arm volbracht Hij machtige daden: * de trotsen van harte heeft Hij verstrooid,
1:52 Machtigen onttroond, * en nederigen verheven;
1:53 Hongerigen met gaven overladen, * en rijken met lege handen heengezonden.
1:54 Opgenomen heeft Hij Israël, zijn dienstknecht, * zijn barmhartigheid indachtig,
1:55 Zoals Hij beloofd heeft aan onze vaderen, * ten gunste van Abraham en zijn geslacht voor eeuwig.
℣. Eer aan de Vader en de Zoon * en de Heilige Geest.
℟. Zoals het was in het begin en nu en altijd, * en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Ant. Kom, bruid van Christus, ontvang de kroon, die de Heer u van eeuwigheid bereid heeft.
Preces Feriales{omittitur}
Preces Feriales{omittitur}
Oratio {Votiva}
℣. Dómine, exáudi oratiónem meam.
℟. Et clamor meus ad te véniat.
Orémus.
Deus, qui inter cétera poténtiæ tuæ mirácula étiam in sexu frágili victóriam martýrii contulísti: concéde propítius; ut, qui beátæ N. Vírginis et Mártyris tuæ natalícia cólimus, per eius ad te exémpla gradiámur.
Per Dóminum nostrum Iesum Christum, Fílium tuum: qui tecum vivit et regnat in unitáte Spíritus Sancti, Deus, per ómnia sǽcula sæculórum.
℟. Amen.
Oratio {Votiva}
℣. Heer, verhoor mijn gebed.
℟. En mijn geroep kome tot U.
Laat ons bidden.
God, Gij hebt onder al de wonderwerken van uw macht ook aan het zwakke geslacht de overwinning van het martelaarschap gegeven. Laat in uw goedheid ons, die het geboortefeest vieren van uw heilige maagd en martelares N., naar haar voorbeeld tot U mogen komen.
Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon: die met U leeft en heerst in de eenheid van de Heilige Geest, God: door alle eeuwen der eeuwen.
℟. Amen.
Conclusio
℣. Dómine, exáudi oratiónem meam.
℟. Et clamor meus ad te véniat.
℣. Benedicámus Dómino.
℟. Deo grátias.
℣. Fidélium ánimæ per misericórdiam Dei requiéscant in pace.
℟. Amen.
Conclusio
℣. Heer, verhoor mijn gebed.
℟. En mijn geroep kome tot U.
℣. Laat ons de Heer loven.
℟. God zij dank.
℣. Dat de zielen van de gelovigen door de barmhartigheid van God in vrede rusten.
℟. Amen.

Matutinum    Laudes
Prima    Tertia    Sexta    Nona
Vesperae    Completorium
Omnes    Plures    Appendix

OptionsSancta MissaOrdo

Versions
Tridentine - 1570
Tridentine - 1888
Tridentine - 1906
Divino Afflatu - 1939
Divino Afflatu - 1954
Reduced - 1955
Rubrics 1960 - 1960
Rubrics 1960 - 2020 USA
Monastic - 1617
Monastic - 1930
Monastic - 1963
Monastic - 1963 - Barroux
Ordo Cisterciensis - 1951
Ordo Cisterciensis - Abbatia B.M.V. de Altovado
Ordo Praedicatorum - 1962
Language 2
Latin
Cantilenæ
English
Čeština
Čeština - Schaller
Dansk
Deutsch
Español
Français
Italiano
Magyar
Nederlands
Polski
Português
Tiếng Việt
Latin-Bea
Polski-Newer
Votives
Hodie
Apostolorum
Evangelistarum
Unius Martyris Pontificis
Unius Martyris non Pontificis
Plurium Martyrum Pontificum
Plurium Martyrum non Pontificum
Confessoris Pontificis
Doctoris Pontificis
Plurium Confessorum Pontificum
Confessoris non Pontificis
Doctoris non Pontificis
Abbatis
Plurium Confessorum non Pontificum
Unius Virginis Martyris
Unius Virginis tantum
Plurium Virginum Martyrum
Unius non Virginis Martyris
Unius non Virginis nec Martyris
Plurium non Virginum Martyrum
Dedicationis Ecclesiae
Officium defunctorum
Beata Maria in Sabbato
Beatae Mariae Virginis
Officium parvum Beatae Mariae Virginis

VersionsCreditsDownloadRubricsTechnicalHelp